Op donderdag 5 februari kwam de taakgroep IJssel samen in het gemeentehuis van de gemeente Voorst. Het is een vrij nieuw gemeentehuis die is opgeleverd in 2022. Het nieuwe gemeentehuis is om het oude gemeentehuis heen gebouwd. Het Regionaal Perspectief Rijngebied (RPR) en het gebruik van data voor het identificeren van hotspots voor vervuiling kwamen deze taakgroep aan bod.
Regionaal Perspectief Rijngebied
Tom Radstaak van het Deltaprogramma Rijn was aanwezig tijdens de taakgroep om iets te vertellen over het RPR. Met de afronding van deel 1 van het RPR is een eerste basis gelegd. In februari 2026 moeten de landelijke, regionale en lokale opgaven en de impact van mogelijke keuzes in beeld zijn. Dit wordt verder uitgewerkt richting juli 2026, wanneer een advies en aanbod aan het Rijk wordt opgeleverd. Daarna volgt besluitvorming over prioritering en programmering. Het RPR stelt het gebied centraal en brengt samen waar landelijke en lokale opgaven elkaar raken. Dat levert zowel kansen als knelpunten op. Het perspectief is opgebouwd langs meerdere pijlers, waaronder de impact van landelijke keuzes, leidende principes, thema’s en deelgebieden die nadere uitwerking vragen. Het RPR is tot stand gekomen via een breed proces met expertsessies, gebiedsconferenties, bestuurlijke overleggen en consultaties.
Een belangrijk thema is de versnelde erosie van de rivierbodem, met gevolgen voor waterveiligheid, waterhuishouding en infrastructuur. Vanuit Ruimte voor de Rivier zijn verschillende oplossingsrichtingen onderzocht. Voorgesteld wordt om toe te werken naar een meergeulensysteem (met langsdammen of oevergeulen), waarbij maatwerk per locatie nodig is en ook effecten stroomafwaarts goed worden meegenomen. Besluitvorming hierover wordt in april verwacht. Daarnaast is gesproken over de impact van landelijke keuzes rond ruimte en afvoer, met name op de lange termijn. Hoewel de waterveiligheid tot 2050 geborgd is via het HWBP, vragen zoekgebieden voor ruimtelijke reserveringen om nadere analyse en afstemming. Gemeenten hebben hierbij behoefte aan duidelijk handelingsperspectief en heldere definities. De komende maanden worden benut voor verdere verdieping van het RPR, met name voor de Waal en IJssel. De uitkomsten vormen de basis voor vervolgonderzoek, programmering en prioritering.
Data in identificeren hotspots vervuiling
Joost Barendrecht en Roelof van den Berg waren aanwezig deze taakgroep om een presentatie te geven over het gebruik van data voor het identificeren van hotspots voor vervuiling. Dit deden zij in het kader van Schone Rivieren. Dit initiatief begon met opruimacties en groeide uit tot programma’s als Schone IJssel, waarbij ook onderzoek gedaan wordt. Centraal staan vier pijlers: opruimen, onderzoeken, ontdekken en oplossen. Uit onderzoek blijkt dat het meeste afval in rivieren blijft hangen en de zee niet bereikt. De belangrijkste bronnen van vervuiling die zijn geïdentificeerd zijn industrie, recreatie, huishoudelijk afval en riooloverstorten.
Landelijke rapportages brengen hotspots en afvaltypen in kaart. De IJssel lijkt relatief schoon, maar dat komt vooral door de afwezigheid van echte hotspots (meer dan 1200 gevonden items). Rond Deventer is een piek zichtbaar, waarbij vooral riooloverstorten opvallen. Deze data helpt om problemen te signaleren en het gesprek te starten, maar lokale kennis is nodig om oorzaken en oplossingen te vinden. Gemeenten kunnen deze inzichten gebruiken om gerichte maatregelen te nemen. Daarnaast kunnen pilots en campagnes concrete verbeteringen opleveren. Schone Rivieren roept gemeenten op om aan te haken bij het lopende ambtelijke programma.